- gaat trouwen of een geregistreerd partnerschap aangaat.
- gaat samenwonen.
- bij uw kind ouder dan 18 jaar of ouder gaat wonen
- en uw partner uit elkaar gaan.
- meer inkomen krijgt.
- geld of waardevolle spullen krijgt.
- een ander soort verblijfsvergunning krijgt.
- een andere nationaliteit krijgt.
- een ander rekeningnummer krijgt.
- gaat verhuizen.
- met vakantie gaat buiten Nederland.
- buiten Nederland gaat wonen.
- wordt opgenomen in een verpleeginrichting.
|